2 Kronieken 16:9 "Want de ogen van de HEERE trekken over de hele aarde, om Zich sterk te bewijzen aan hen van wie het hart volkomen is met Hem."

Jesaja 40:10 "Zie, de Heere HEERE! Met kracht zal Hij komen, en Zijn arm zal heersen. Zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich, Zijn arbeidsloon gaat voor ...

Psalm 42:2-3 "Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God."

Psalm 65:3,6,8 "U hoort het gebed Met ontzagwekkende daden antwoordt U ons in gerechtigheid, o God van ons heil, Die het bruisen van de zeeën stilt, ...

Prev Next

Gebedsteksten en citaten




Exodus 34:6 Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw,

2 Kronieken 30:9 Want als u zich tot de HEERE bekeert, zullen uw broeders en uw kinderen barmhartigheid vinden bij hen die hen als gevangenen weggevoerd hebben, zodat zij in dit land zullen terugkomen. De HEERE, uw God, is immers genadig en barmhartig, en zal het aangezicht niet van u afwenden als u zich tot Hem bekeert.

Nehemia 9:17 Maar U bent een God Die menigvuldig vergeeft, genadig, barmhartig, geduldig, rijk aan goedertierenheid, en U hebt hen niet verlaten.

Jona 4:2b Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad.

Psalm 20:7 Nu weet ik dat de HEERE Zijn gezalfde verlost! Hij zal hem verhoren uit Zijn heilige hemel, met machtige daden van heil door Zijn rechterhand.

Psalm 60:6-7 Maar nu hebt U een banier gegeven aan wie U vrezen, om die op te heffen als teken van de waarheid, opdat Uw beminden gered worden. Verlos door Uw rechterhand en antwoord ons. 

Psalm 65:10,12 U zag om naar het land en gaf het overvloed, U maakt het zeer rijk; U zegent zijn gewas. U kroont het jaar van Uw goedheid, Uw voetstappen druipen van overvloed,

Psalm 72:5 Zij zullen U vrezen, zolang de zon en de maan er zijn, van generatie op generatie.

Psalm 80:15-20 15 God van de legermachten, keer toch terug; kijk neer uit de hemel en zie. Zie om naar deze wijnstok, 16 de stam die Uw rechterhand geplant heeft, en dat om de Zoon, Die U voor Uzelf sterk gemaakt hebt. 17 De wijnstok is met vuur verbrand, is afgekapt; Uw volk komt om door de bestraffing van Uw aangezicht. 18 Laat Uw hand rusten op de Man van Uw rechterhand, op de Mensenzoon, Die U voor Uzelf sterk gemaakt hebt. 19 Dan zullen wij ons niet van U afkeren; behoud ons in het leven, dan zullen wij Uw Naam aanroepen. 20 HEERE, God van de legermachten, breng ons terug; doe Uw aangezicht lichten, dan zullen wij verlost worden.

Psalm 86:15 Maar U, Heere, bent een barmhartig en genadig God, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw.

Jesaja 6:3  Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!

Jesaja 52:15  zó zal Hij vele heidenvolken besprenkelen, koningen zullen vanwege Hem sprakeloos staan. Want zij aan wie het  niet verteld was, zullen het zien, en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen.

Jesaja 53:10b  Hij zal nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen; het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.

Micha 7:18
Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid vergeeft, Die voorbijgaat aan de overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid.

1 Johannes 4:9 Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem.

Citaten

Amy Carmichael De Heer van de  oogst stelt Zijn medearbeiders in het gebed aan, niet wij. De oproep, tot de dienst in de Geest en in het gebed kan net zo duidelijk zijn als de oproep om zelf als zende­ling er op uit te trekken.

Amy Carmichael Een christen moet bereid zijn zich voor de wereld te laten opteren. Velen van ons willen wel schijnen, maar niet verbranden.

Jonathan Edwards Krachtige prediking van het Woord is de speerpunt van de opwekking. Het Woord moet uitgangspunt zijn en blijven, ook bij het uitbreken van een opwekking om de beleving te toetsen en zo scheefgroei te voorkomen.