2 Kronieken 16:9 "Want de ogen van de HEERE trekken over de hele aarde, om Zich sterk te bewijzen aan hen van wie het hart volkomen is met Hem."

Jesaja 40:10 "Zie, de Heere HEERE! Met kracht zal Hij komen, en Zijn arm zal heersen. Zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich, Zijn arbeidsloon gaat voor ...

Psalm 42:2-3 "Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God."

Psalm 65:3,6,8 "U hoort het gebed Met ontzagwekkende daden antwoordt U ons in gerechtigheid, o God van ons heil, Die het bruisen van de zeeën stilt, ...

Prev Next

Wereldwijde opwekking: moeten wij betrokken zijn bij gezamenlijk gebed?




Iain Murray maakt in zijn belangrijke boek Revival and Revivalism: The Making and Marring of American Evangelicalism, 1750 to 1858, het wezenlijke onderscheid tussen een opwekking door de Heilige Geest die van de hemel gezonden wordt en ‘opwekkingsactivisme' 1, dat slechts de uitkomst is van menselijke organisatie en activiteit of opwinding.2 Weinig evangelische christenen in het Westen geloven vandaag in de realiteit van opwekking. Voor de meesten is het niet meer dan een droom. Voor hen is een opwekking van bovennatuurlijke aard iets van het verleden. Ik herinner me dat ik aanwezig was in de Westminster Chapel in 1959 toen dr. Martyn Lloyd-Jones een serie preken hield om de opwekking van 1859 te herdenken. Hij geloofde hartstochtelijk in de realiteit van opwekking door de Heilige Geest. Voor de meesten van zijn hoorders echter was het thema wel interessant, maar behoorde het niet tot de werkelijkheid. Het is moeilijk voor een christen om in opwekking te geloven wanneer men die nooit meegemaakt heeft. Vele mensen met wie ik er in die tijd over sprak, deden er heel beleefd over, maar het onderwerp leek meer academisch en theoretisch, dan een brandend praktisch vraagstuk.

Naast degenen die er onverschillig tegenover staan, zijn er sommigen die de gedachte van een opwekking helemaal verwerpen. Herman Hanko is in zijn schrijven op p. 3 van het meinummer van 1991 van The Presbyterian (een klein tijdschrift dat in Bristol gepubliceerd werd, maar nu ter ziele is) heel rechtuit in zijn afwijzing: ‘Is het juist, is het bijbels, is het reformatorisch om te bidden voor en te zoeken naar een opwekking in de kerk?' Op die vraag moet het reformatorische geloof noodzakelijk met een klinkend ‘nee' antwoorden! Opwekking is fout. Opwekking is in strijd met de Schriften. Opwekking is niet in overeenstemming met het reformatorische geloof. Hanko spreekt echter namens een minderheid, de ook in Nederland aanwezige, hypercalvinistische school, een groep die afkerig is van het leerstuk van algemene genade, dat God alle mensen liefheeft en verlangt dat zij allen zalig worden. Ook gebruikt Hanko de methode om kritiek te geven op de uitwassen van opwekking, een positie die ook Charles Hodge innam. Hij wijst de persoonlijke ervaringen die algemeen voorkomen in tijden van opwekking af als mysticisme. De opwekking van 1857-1859, die wij in detail zullen bezien, was echter juist een voorbeeld van een geestelijke opwekking zonder uitwassen en zonder drama, gelukkigerwijs vrij van het fanatisme dat sommige opwekkingen bedierf.

Er zijn ook andere Nederlanders die zeker geen hypercalvinist zijn, maar toch onze visie op opwekking niet aanvaarden. Hendrik Krabbendam bijvoorbeeld, gelooft dat Pinksteren de geboortedag was van de Heilige Geest, punt uit. Met ‘punt uit' bedoel ik dat deze school hier ophoudt en Pinksteren niet ziet als een prototype voor opwekkingen tot aan het einde van de tijd.3 Het is belangrijk om de unieke kenmerken van Pinksteren op te merken, maar wij gaan verder en stellen dat Pinksteren, als een uitstorting van de Heilige Geest, de eerste was van veel meer geestelijke opwekkingen die zouden volgen gedurende deze laatste tijdsbedeling vóór het einde van de wereld.

Tegen deze achtergrond van onverschilligheid en afwijzing wil ik een drievoudige poging doen om de lezer ervan te overtuigen dat wij niet alleen moeten geloven in opwekking door de Heilige Geest, maar ook gezamenlijke actie moeten ondernemen om te bidden voor zo'n opwekking. In dat gebed moeten wij onze voorbeden niet tot onze eigen kerk, kerkgenootschap of volk beperken, maar voorbede doen voor een wereldwijde geestelijke opwekking. De opbouw van dit artikel, waarin ik mijn overtuiging uiteenzet van de urgente noodzaak om het bijbelse concept van een gezamenlijk gebed toe te passen, is als volgt:

1. Een beschrijving van de gedachte van het gezamenlijke gebed vanuit de Schrift, geïllustreerd met voorbeelden uit het verleden.
2. Een verdere definitie van opwekking.
3. Een korte uiteenzetting van de geschiedenis van opwekking. Hoe leggen degenen die het leerstuk van opwekking verwerpen, opwekkingen uit het verleden uit? Moeten de tegenstanders van opwekking simpel gezegd niet teveel weg verklaren om geloofwaardig te zijn?

Een gedetailleerde blik op één opwekking. Ik heb mijn keus laten vallen op de opwekking van 1858 in Amerika en zal in het bijzonder de ervaring van John Girardeau aanhalen, één van Amerika's meest vermaarde predikers. Hij beschreef de opwekking van 1858 als de grootste gebeurtenis tijdens zijn bediening.4

Ik zal afsluiten met enkele praktische opmerkingen: hindernissen die we tegenkomen, gevaren die vermeden moeten worden, hoe een gezamenlijk gebed te organiseren en tenslotte een persoonlijke uitdaging.

1. De gedachte van het gezamenlijke gebed vanuit de Schrift beschreven en geïllustreerd

Zoals een orkest als een eenheid speelt, zo behoort ook het volk van de Heere verenigd te zijn in hun voorbeden voor een geestelijke opwekking onder de volken. Het woord ‘concert' brengt precies de betekenis over van de gedachte van het bidden met een gemeenschappelijk doel.5 Het is van belang om direct aan het begin te benadrukken dat niet de hoeveelheid van het gebed of de activiteit als zodanig voor opwekking zorgt. Om de vergelijking door te trekken: niet de omvang van het orkest of het aantal decibels dat het produceert, maakt het succesvol. Het beeld van het orkest is echter beperkt. Gebed is een menselijke verantwoordelijkheid, maar om doeltreffend te zijn, moet het toch zijn oorsprong hebben in de persoon en het werk van de Heilige Geest. Wij hebben de Geest van het gebed nodig. De redenen die ik aanvoer waarom predikers en kerken zich moeten verenigen in gezamenlijk gebed voor geestelijke opwekking zijn de volgende:

1. De bijbelse leer van bekering vereist het.
2. De geschiedenis van de kerk schrijft het voor.
3. Het voorbeeld van onze voorgangers moedigt ertoe aan.
4. Ons huidige verval dwingt ertoe.
5. De beloften van de Schrift sporen ertoe aan.
6. Hedendaagse opwekkingen inspireren ertoe.

Welke van de bovengenoemde redenen moet prioriteit hebben? Het antwoord hangt af van de lokale en nationale situatie. Wanneer de toestand hopeloos is, wordt het gebed het enige redmiddel. Psalm 102 beschrijft precies zo'n situatie. Eschatologische hoop, de vijfde reden die ik noemde, is belangrijk. Diegenen die geen hoop koesteren voor de toekomst, zullen waarschijnlijk niet gemotiveerd zijn om te bidden voor het geestelijke welzijn van de kerk. Aan de andere kant zullen diegenen die echt geloven dat de aarde vervuld zal worden met de kennis van Gods heerlijkheid zoals de wateren de bodem van de zee bedekken, voorbede doen met het oog dáárop.

Het verbaast mij dat, terwijl de meerderheid van verklaarders, inclusief zwaargewichten als Charles Hodge, John Murray, C.E.B. Cranfield, James Dunn en Leon Morris, de duidelijke betekenis uitleggen van Gods plan volgens Romeinen 11, zo weinigen dit werkelijk geloven en tot de daad van het gebed komen. In de tijd dat onze Heere geboren werd, waren er weinigen die de beloften zich hadden voorgehouden en in biddende verwachting. Het waren zijn eschatologie samen met zijn echte, levende ervaring van de uitstortingen van de Heilige Geest in Northampton in 1735 en opnieuw en breder in 1741, die Jonathan Edwards inspireerden tot zijn publicaties over dit thema. Aan deze redenen ligt de overtuiging ten grondslag dat gezamenlijke gebeden gegeven zijn als een genademiddel voor Gods volk. In mijn boek Give Him No Rest ga ik uitgebreider in op elk van de zes bovengenoemde redenen, maar ik zal me hier concentreren op de derde, namelijk het voorbeeld van onze voorvaders.6

Op 12 januari 1748 publiceerde Jonathan Edwards een verhandeling met een lange titel. Omdat boeken in die tijd geen stoffen kaft hadden met een flaptekst zoals tegenwoordig, was het noodzakelijk om de inhoud in de titel mee te delen, die als volgt luidt: Een nederige poging om uitgesproken overeenstemming te bevorderen en een zichtbare eenheid van Gods volk in het buitengewone gebed voor de opwekking van de godsdienst en de voortgang van Christus' Koninkrijk op aarde, overeenkomstig beloften en profetieën uit de Schrift met betrekking tot de laatste tijd. Edwards baseerde zijn uiteenzetting op Zacharia 8: 20-22. Als postmillennialist beschouwde Edwards de beloften van vrucht op het Evangelie gedurende de tijd van de Messias als van toepassing op de periode waarin wij nu leven. Met andere woorden: hij bracht de beloften niet over op een speciaal tijdperk waarin Christus zou regeren op aarde. Zijn eschatologisch perspectief was geheel verschillend van datgene wat nu in Noord-Amerika gangbaar is. Dit heeft praktische consequenties. In Edwards' opvatting dienen wij ijverig te streven met gebed en krachtsinspanning om de beloften in het heden vervuld te zien worden. Wij moeten niet toestaan dat zij hun kracht verliezen door ze weg te vergeestelijken of over te brengen op een toekomstig tijdperk. Zacharia voorspelt een tijd van buitengewoon gebed (gezamenlijke gebeden) en een daaropvolgende opwekking.

Op Jonathan Edwards' oproep werd acht geslagen en ze werd in de praktijk gebracht. Er is historisch bewijs om te laten zien dat dit leidde tot de Tweede Grote Opwekking, die veel doodringender was dan de eerste grote opwekking. Samen met Iain Murray bezocht ik in juli 1993 de pastorie van John Erskine (1720-1803) te Culross in Schotland. Iain Murray zei tegen me: Kun jij je voorstellen dat Edwards' manuscript vanuit Northampton bij deze deur terecht kwam? Ik kon me er zeker een voorstelling van maken en telkens wanneer ik aan die bezielende tijden van gebed en ontwaken denk, word ik bemoedigd. Later was het John Erskine die een kopie van de Oproep tot gezamenlijk gebed stuurde naar John Ryland jr. (1753-1825), die het doorgaf aan een andere predikant, John Sutcliff. Op Sutcliff's voorstel bracht Ryland dit traktaatje naar voren op de Northamptonshire Association, die het concept in de praktijk bracht in de vorm van een maandelijkse gebedsbijeenkomst voor een opwekking.

De oproep tot gebed werd overgenomen door andere evangelische groeperingen in andere kerkgenootschappen in Engeland en Schotland, en breidde zich ook uit tot andere volken. In 1792 namen de Baptisten in Boston, Massachusetts, het over. In 1794 nam de baptistische leider Isaac Backus het over, samen met zijn vrienden, die steun wierven bij al de belangrijke kerkgenootschappen voor een maandelijks gezamenlijk gebed. In 1795 deden de bestuursleden van het nieuw gestichte Londense Zendingsgenootschap de aanbeveling om de gebedssamenkomst op de eerste maandag van elke maand om te vormen tot een missionaire gebedsbijeenkomst. Het idee had onmiddellijk succes en gebedssamenkomsten begonnen zich in Londen te vermenigvuldigen. Deze praktijk verspreidde zich vervolgens over alle belangrijke steden en plaatsen van het Verenigd Koninkrijk, alsook over Holland, Zwitserland, Duitsland, Amerika, India, Afrika, en waar zich ook maar zendelingen bevonden van de Genootschappen uit Engeland.7

Deze gebeden werden verhoord in de Tweede Evangelische Opwekking (in Groot Brittannië bekend als de Vergeten Opwekking), samen met alles wat daaruit voortvloeide in de weg van onderneming en praktische inspanning. Er waren gebedssamenkomsten voorafgaand aan Edwards, maar niettemin zijn er sterke argumenten voor de visie dat zijn publicatie van de Oproep tot gezamenlijk gebed bijzonder gebruikt werd om een vloed van gebed teweeg te brengen die leidde tot een wijdverbreide geestelijke opwekking.

Hoewel ik het helemaal eens ben met Edwards' verklaring van Zacharia 8: 20-22, geloof ik dat het onderwerp van het aansporen tot een gezamenlijk gebed helderder en aansprekender gemaakt kan worden door een uitleg van Jesaja 62: 6-7, waarin een duidelijke oproep tot gebed te vinden is: O Jeruzalem! Ik heb wachters op uw muren besteld, die gedurig al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen: O gij, die den HEERE aanroept, geef uzelf geen rust, en geef Hem geen rust totdat Hij Jeruzalem bevestige en haar stelle tot een lof op aarde.8 Alec Motyer, één van Groot Brittannië's beste geleerden over het Oude Testament, geeft een behulpzaam commentaar op de boven aangehaalde tekst.9 Motyer: Zij die zich bezighouden met gebed (de wachters op de muren) zijn de echte bewakers, en het echte gebed is (1) zonder ophouden... lett. "heel de dag en heel de nacht"; (2) vocaal... "niet zullen zwijgen"; (3) doeltreffend... onze gebeden zijn volgens Zijn wil op de één of andere manier een wezenlijk bestanddeel van de wijze waarop Hij Zijn beloften toepast; (4) ordelijk... "geef uzelf geen rust"; (5) aanhoudend en dringend... "geef Hem geen rust"; en (6) volhoudend... "totdat Hij bevestige"... alles vervult wat voorspeld was  (p. 507).

2. Definitie van opwekking

Aan het begin maakte ik een onderscheid tussen opwekking en opwekkingsactivisme. Het is echter dienstig om op deze plaats onze begrippen te definiëren. Christenen kunnen gemakkelijk verkeren in een toestand van sluimeren of lauwheid (Romeinen 13: 11; Openbaring 3: 14-22). Ik houd een opwekking voor een wijdverbreide herleving van de christelijke kerk. Het woord ‘ontwaken' verwijst naar niet-christenen die wakker gemaakt worden in een tijd van opwekking en aan de kerk toegevoegd worden.10 Een bezoek van de Geest houd ik voor een krachtig werk van de Geest in een plaatselijke kerk, in een plaats, stad, school, gevangenis, of in één of andere afzonderlijke groepering. De term ‘vernieuwing' wordt gebruikt om een geestelijke levendmaking te beschrijven, hetzij in de leer, in de eredienst of in inspanningen voor evangelisatie. Vaak wordt het woord ‘opwekking' gebruikt wanneer het woord ‘vernieuwing' meer gepast zou zijn. Opgemerkt moet worden dat in de zuidelijke staten van Amerika het woord ‘opwekking' verkeerd gehanteerd wordt, wanneer het gebruikt wordt om een serie bijeenkomsten te beschrijven waarbij een gastspreker aanwezig is.

Het heeft de voorkeur om een plaatselijke uitstorting van de Heilige Geest eerder een bezoek te noemen dan een opwekking, zodat het woord opwekking bewaard blijft om iets te beschrijven dat een groot geografisch gebied omvat. Periodes van grote geestelijke opwekking die zich van volk tot volk verspreiden, kunnen beschouwd worden als brede paraplu's waaronder ontelbare bezoeken plaatsvinden. Brian Edwards bijvoorbeeld wijdt in zijn populaire boek over opwekking vijf pagina's aan verwijzingen naar algemene opwekkingen en specifieke bezoeken, inclusief een eendaagse betoning van kracht in Schotland (John Livingstone in Kirk of Shotts, 21 juni 1630).11 Het zou behulpzaam zijn wanneer een geleerde de mammoettaak op zich zou kunnen nemen om verslagen van opwekkingen bijeen te brengen. Ik weet niet of er sinds het verscheiden van Edwin Orr nog een getrainde historicus zijn leven wijdt aan dit belangrijke onderwerp.

Er zijn enkele gevaren die we moeten vermijden. Eén gevaar is om te denken in romantische termen alsof een opwekking al onze problemen op zal lossen. Jonathan Edwards verklaarde dat opwekkingen de heerlijkste zijn van Gods werken in deze wereld. Grote aantallen worden tot de zaligheid gebracht. Toch bestaat er niet zoiets als een zuivere opwekking. Het is altijd een gemengd werk. Problemen vermenigvuldigen zich. Elk werk wordt beproefd en de beproeving bijvoorbeeld die de gelovigen in het bevrijde Oost-Europa ontmoeten is die van het materialisme, de hebzucht en de verdorven morele normen van het Westen.

Een deel van de romantische valstrik is de notie dat opwekkingen gaaf en puur zijn en alle problemen op zullen lossen, terwijl juist alles dat we door middel van hard werken opgeslagen hebben, verbruikt zal worden in een tijd van geestelijke opwekking. We kunnen de vergelijking maken met het leger. Professionele soldaten worden voortdurend getraind, terwijl een daadwerkelijk conflict niet langer hoeft te duren dan drie maanden of een jaar. Opwekkingen zijn tijden van intens hard werken. Gedurende een periode tijdens de opwekking in Wales in 1904 werkte Seth Joshua een week lang met minder dan vier uur slaap per dag, om geestelijk te kunnen oogsten.12

Een andere vorm van de romantische gedachte is dat alle opwekkingen hetzelfde zijn. Het gevoel van Gods heiligheid is hetzelfde; een intenser gevoel van de werkelijkheid van de hel en de gruwelijke natuur van onze zondigheid zijn hetzelfde; hoe ontzettend veel het onze Heere in Zijn dood voor ons aan het kruis gekost heeft, is hetzelfde; en een intenser gevoel van liefde tot God is hetzelfde. Maar andere aspecten zijn niet hetzelfde. De gebruikte methoden en de personen die het werktuig zijn om kerken wakker te maken en zielen te doen ontwaken uit de geestelijke dood, kunnen variëren. Christelijke eenheid is in sommige gevallen een factor geweest die bijdroeg aan opwekking, maar in andere gevallen genas opwekking juist de misvorming van de verdeeldheid. Eén van de prachtige kenmerken van opwekking is diversiteit en het loutere vernuft van de Heilige Geest om het onoplosbare op te lossen en door ondoordringbare barrières heen te dringen. Vaak is de weg ook de weg van het kruis. Een voorbeeld hiervan kunnen we vinden in Rusland. G.K. Kryuchkov beschrijft hoe de kerk grijs en gerimpeld was: Tachtig procent bestond uit vrouwen en de meesten van hen waren oud. Nu, na twintig jaar langs het pad van opwekking, is er een groot verschil.13 Maar dat pad heeft veel gekost. Zo brachten leiders het beste deel van hun leven door in gevangenkampen. Het boek By Their Blood geeft veel voorbeelden van het verband tussen lijden en opwekking. 14

3. De geschiedenis van opwekkingen

De reformatie in de zestiende eeuw. Dit was een tijd van grote geestelijke opwekking. De kerk van de Hugenoten in Frankrijk nam bijvoorbeeld toe van een klein begin in ongeveer 1555 tot drie miljoen in de volgende honderd jaar, op een bevolking van twintig miljoen. Het was een kerk die samengebonden was door een verenigd systeem van kerkregering (presbyteriaal) gedurende de periode van 1559 tot 1659. Negenentwintig maal kwam er een nationale synode bijeen in dat tijdperk, dat beëindigd werd door de strenge vervolging die volgde op het herroepen van het Edict van Nantes.

De tijd van de Puriteinen in Engeland (1558-1662). De Puriteinse predikers en theologen gebruikten niet de termen voor opwekking die wij gebruiken. U zult het woord opwekking niet vinden in de inhoudsopgave van hun boeken. De Puriteinen formuleerden niet de gedachte van cyclische (opeenvolgende) opwekkingen op de manier zoals Jonathan Edwards dat deed, hoewel John Owen en John Howe er dichtbij kwamen. Vanuit zijn ervaringen met het fenomeen van opwekkingen schreef Edwards, met zijn buitengewoon scherpzinnig theologisch inzicht, vijf verhandelingen over opwekking. De breedte en kwaliteit van zijn werk hebben hem de reputatie bezorgd van de theoloog van de opwekking.

James Packer wijdt in zijn boek over de Puriteinen een hoofdstuk aan het thema Het Puritanisme als een opwekkingsbeweging.15 In dit hoofdstuk zet hij drie punten uiteen. Ten eerste beargumenteert hij dat geestelijke opwekking datgene is wat de Puriteinen beleden te zoeken. Ten tweede toont hij aan dat persoonlijke opwekking het centrale thema was in de godsdienstige Puriteinse literatuur. Ten derde voorziet hij in enige documentatie om te bewijzen dat de bediening van Puriteinse predikers - door God - opwekking bracht. Onder punt twee verwijst hij naar de wijdverbreide vrucht van de evangeliserende literatuur van de Puriteinen. Van Richard Baxters A Call to the Unconverted werden er bijvoorbeeld twintigduizend verkocht in het jaar van verschijnen. Deze vonkende verklaring van de tekst uit Ezechiël, Waarom zou u sterven?, is net vertaald in hedendaags Engels door John Blanchard om binnenkort gepubliceerd te worden door Evangelical Press. Hoewel het een goed werk is, zal het in het huidige klimaat waarin opwekking vreemd is, al als succesvol worden beschouwd als in het eerste jaar 5.000, in het tweede 3.000 exemplaren en 1.000 jaarlijks daarna verkocht zullen worden. En dan moeten we ons in herinnering brengen dat de nationale bevolking nu tienmaal groter is dan in het midden van de 17de eeuw. Wanneer er 200.000 exemplaren met name door niet-gelovigen gekocht zouden worden in het eerste jaar, dan zou dat een goed teken kunnen zijn van een nieuwe geestelijke opwekking.

Volgend op de Puriteinse periode kunnen we vier specifieke periodes van geestelijke opwekking onderscheiden:

De Eerste Grote Opwekking van ongeveer 1735 tot 1742.
Deze wordt soms de Methodistische Opwekking genoemd, die met name Groot Brittannië en Amerika raakte. Deze opwekking omvat echter ook de Moravische zendingsbeweging.

De Tweede Grote Opwekking van 1798 tot ongeveer 1842.
Deze tijd van geestelijke opwekking beïnvloedde eveneens Groot Brittannië en Amerika. In Engeland heeft deze opwekking de bijnaam de Vergeten Opwekking, vanwege het feit dat historici haar verwaarloosd hebben. Onderzoek wijst uit dat de krachtige manifestaties van de Heilige Geest gedurende deze periode uitgebreider en in sommige gebieden intenser waren dan in de vorige opwekking. Geschat wordt dat anderhalf miljoen mensen (tien procent van de bevolking) in die periode lid werden van de nonconformistische kerken. De Particular Baptists, waaraan de vorige tijd van opwekking grotendeels voorbijgegaan was, vermenigvuldigden zich vier maal. Verslagen van opwekking in Amerika tonen tijden van wijdverbreide opwekking gedurende deze periode. Er is bijvoorbeeld een boek dat de opwekking in New England beschrijft van 1797 tot 1803, en een ander boek dat de periode van 1815-1818 beslaat, en weer een ander dat beschrijft hoe kerken van alle kerkgenootschappen in Boston (behalve de rooms-katholieke) opgewekt werden in 1841-1842. Sprague's Lectures on Revival bevat ook een onderdeel van 165 bladzijden dat gewijd is aan een beschrijving van de opwekkingen en bezoeken in deze periode.16

De Derde Grote Opwekking van 1858-1859.
Opnieuw waren Groot Brittannië en Amerika de belangrijkste gebieden die geraakt werden, maar de kracht en uitwerking van het ontwaken verspreidden zich over de hele wereld.17 We zullen in de volgende paragraaf meer in detail naar deze periode kijken.

De Vierde Grote Opwekking van 1900-1910.
Deze opwekking groeide in kleine gebedsbijeenkomsten. Bezoeken van de Heilige Geest begonnen in de kerken van Japan in 1900. In 1902 ervoeren krijgsgevangen Boeren, tienduizend mijl van huis, in Bermuda en Ceylon (nu Sri Lanka) bijzondere bezoeken van de Geest. In 1904 kwam de opwekking naar Wales en dit deel van de opwekking zou blijken de meest vérstrekkende gevolgen te hebben van de geestelijke opwekking in het eerste decennium van deze eeuw, want het raakte de gehele zaak van het Evangelie in landen als India, Korea, en China. De opwekking werd vernieuwd in Japan en Zuid-Afrika en gaf een impuls van ontwaken aan het Afrikaanse continent en vele delen van Latijns Amerika.

Wanneer we aankomen bij het eerste decennium van deze eeuw, zijn sommigen geneigd om exclusief te denken in termen van de Opwekking in Wales in 1904 en er populaire misvattingen over te koesteren. Velen lijken te denken dat de opwekking in 1904 in Wales kortstondig was, iets ondieps dat niet blijvend was, een religieuze opwinding waarbij degenen die hun bekering beleden, spoedig afvielen. De periode van buitengewone geestelijke kracht duurde ongeveer een jaar. Maar de gevolgen waren blijvend. Zelfs de critici van deze Opwekking geven toe dat tachtig procent van de 100.000 bekeerden na vijf jaar nog in de kerk bleef, een verhouding die totaal verschilt van één blijver op de vijftig of honderd in de moderne evangelisatiecampagnes. Edwin Orr laat zien dat de bekeerden van de Opwekking van 1904 het meest uitgelezen deel van het kerkelijk leven bleven. Zelfs in de dertiger jaren, toen Orr het geestelijke leven in Wales nauwgezet bestudeerde, ontdekte hij dat dit nóg zo was.18 Ik herinner me dat ik in de jaren zestig een bekeerde op leeftijd van de Opwekking in 1904 ontmoette, Powel Parry. Ik kon heel diep voelen dat de kracht van de Opwekking zelfs toen nog in zijn hart brandde. Een oudere gelovige in Sussex was gewoon om te vertellen over de onuitwisbare indruk die ze tijdens de Opwekking opgedaan had, toen zij er getuige van was dat mijnwerkers in Wales uit de kolenschachten omhoog kwamen en op de grond vielen om Gods genade over hun zielen af te smeken. Twee rampen troffen Wales. De Eerste Wereldoorlog nam op tragische wijze een groot deel van de mannen weg in de bloei van hun leven en vervolgens verlieten grote aantallen mensen Wales vanwege de werkloosheid in de jaren twintig en de vroege jaren dertig.

Het kerklidmaatschap in de Verenigde Staten nam met twee miljoen toe in zeven kerkgenootschappen in de periode 1905-1910.19 Hoeveel christenen weten vandaag de dag dat Noorwegen ‘getroffen' werd door een opwekking in 1905 die even krachtig was als die in Wales gekomen was? In hetzelfde jaar maakten Denemarken, Zweden en Finland een opwekking mee.20 In 1905-1906 werden delen van de christelijke kerk in India bezocht en in sommige gebieden nam de christelijke bevolking toe met 70 procent.21

Het algemeen waargenomen patroon was een toenemende vurigheid in het gebed, een intense overtuiging van zonde en vaak belijdenis van zonde, gevolgd door grote vreugde. Bij het lezen van de verslagen is er telkens weer het getuigenis van de plotselinge komst van de Geest en wel met een kracht die elke beschrijving tart. Plotseling werd zonder enige waarschuwing de gebruikelijke stoïcijnse geestesgesteldheid van onze Indische vergadering doorbroken als door een aardbeving. Alle aanwezigen werden geschud. De Geest kwam als een vloed over ons en wij hadden drie heerlijke weken, waarvan het ervaren een mensenleven waard is.22

Er zouden boeken geschreven kunnen worden over de opwekkingen die plaatsvonden gedurende het eerste decennium van deze eeuw in China, Korea, Indonesië en Japan. Er waren verschillende opwekkingsgolven in Korea, die zorgden voor een enorme getalsmatige groei die voortduurt tot de huidige tijd. Berekend is dat 18 procent van de bevolking van 42 miljoen evangelisch is en ook heeft Korea de grootste Bijbelseminaries ter wereld.23 Ter vergelijking: de situatie in het Verenigd Koninkrijk is vandaag de dag erbarmelijk. In tegenstelling tot Korea, is het verhaal van de zaak van het Evangelie in Japan zeer ontmoedigend, maar we moeten ons herinneren dat een krachtig werk van de Heilige Geest in Japan plaatsvond in het eerste decennium van de 20ste eeuw. Een begin hiervan was te zien in januari 1907 in de Tokachi gevangenis op het noordelijke eiland Hokkaido. De Heilige Geest waaide door totdat bijna elke gevangene, alsook opzichters en bewakers, openbare belijdenis gedaan had van het geloof in Christus.24

Het kan zijn dat de geest van opwekking wortel schiet in het hart van een christen en vele jaren later op een krachtige manier gebruikt wordt. In 1934 kwam er een opwekking in de Baltische Staten. Dit kan teruggevoerd worden op de invloed van William Fetler, die les gaf op het College van Spurgeon en grondig beïnvloed was door zijn ervaring van de opwekking in Wales in 1904. Hij hield na die ervaring nooit op om te smeken dat zijn geboorteland Litouwen een geestelijke opwekking mee zou maken. Omri Jenkins vertelt dit verhaal in zijn boek Five Minutes to Midnight.25

Er zijn in onze moderne wereld tekenen van de almachtige kracht en oneindige barmhartigheid van de Heere. De opwekking in Nagaland, een provincie van India, van 1976 tot 1978, waar het morele en geestelijke klimaat dramatisch veranderde, is daarvan een voorbeeld. Momenteel belijdt 60 procent van de bevolking van iets minder dan een miljoen het geloof, waarmee Nagaland het enige baptistische land ter wereld is.26

Aan degenen die cynisch zijn over de realiteit van opwekking wil ik toegeven dat het moeilijker wordt om opwekkingen te beoordelen wanneer we van de 19de naar de 20ste eeuw gaan. De overgang van het denken in termen van opwekking naar het werken met evangelisatiecampagnes vond plaats en kreeg impulsen gedurende de laatste helft van de 19e eeuw. Ik beschrijf de geschiedenis van het gebruik van de oproep om naar voren te komen (‘altar call') in hoofdstuk zes van mijn boek The Great Invitation.27 De manier waarop we het ene moment praten over opwekking en het andere over evangelisatiecampagnes alsof ze hetzelfde zouden zijn, blijkt duidelijk uit J. Edwin Orr's boek The Flaming Tongue, waarin beschreven wordt hoe van 1900 tot 1910 opwekkingen zich verspreidden over de wereld. Er wordt geen goed onderscheid gemaakt tussen de gepubliceerde resultaten van evangelisatiecampagnes en bezoeken van de Heilige Geest. Natuurlijk kan de Heilige Geest krachtig werken door een evangelisatiecampagne, maar het verschil tussen geïnteresseerden en bekeerden kan erg groot zijn. Billy Graham heeft erom bekend gestaan dat hij dit verschil niet helder zag, wanneer hij verwees naar bekeerden terwijl hij ze geïnteresseerden had moeten noemen. Hij sprak bij één gelegenheid over 100.000 nieuwe bekeerden in Engeland die gevoed moesten worden.28 Als er 5000 van de 100.000 geïnteresseerden, één op de twintig dus, zouden volharden om te bewijzen dat hun geloof oprecht was, dan zou dat al veel zijn. Wanneer hij het heeft over de oproep om naar voren te komen in of na de dienst, dan verklaart Ernest Reisinger: Dit onbijbelse systeem heeft gezorgd voor de grootste verzameling van verkeerde statistieken die de kerk of de zakenwereld ooit bijeengebracht heeft.29 Het is zeker niet tot eer van God wanneer we onszelf bedriegen en resultaten overdrijven.

In zijn vroege bediening preekte Charles G. Finney gedurende een periode van geestelijke opwekking. De binnengehaalde oogst in die tijden moet beoordeeld worden in het licht van die omstandigheden. Finney blijkt de eerste te zijn die het systeem van uitnodigen verfijnd heeft. Hoe dit tot stand kwam in 1831, wordt door John F. Thornbury beschreven in zijn behulpzame boek God Sent Revival: The Story of Asahel Nettleton and the Second Great Awakening.30 Een volgende complicerende factor in het grip krijgen op de werkelijkheid van opwekking is de opkomst van de Pinksterbeweging, een 20ste-eeuwse ontwikkeling. Hoewel het onderwerp opwekking omgeven is met deze problemen, is er toch voldoende bewijsmateriaal om te laten zien dat opwekking een werkelijk fenomeen is.

4. Een blik op één opwekking in detail

Ik heb gekozen voor de Opwekking van 1858 in Amerika. Mijn belangrijkste reden om te kiezen voor deze Opwekking in het bijzonder is dat ze gekarakteriseerd wordt door gebed en een illustratie vormt van de gedachte van een gezamenlijk gebed voor opwekking. Ze bestond in een groot nationaal geestelijk ontwaken, dat duidelijk zijn oorsprong had in gebedssamenkomsten.

Jeremiah Calvin Lanphier, geboren in 1809 en bekeerd in 1842, werd in juli 1857 benoemd om zendeling te worden in de binnenstad van New York en stond in dienst van de Nederlands Hervormde Kerk in Fulton Street. Terwijl hij probeerde te evangeliseren in hotels, pensions en zakenetablissementen, bemoedigde hij zichzelf door gebed. De gedachte kwam in hem op dat het goed zou zijn om ‘s middags een gebedsbijeenkomst te houden waar zakenmensen zouden kunnen komen en gaan, wanneer ze daartoe in staat waren. Met het oog daarop liet hij een aantal uitnodigingen afdrukken en maakte hij het feit bekend dat tussen de middag, op 23 september, een kamer beschikbaar zou zijn op de derde verdieping aan de achterzijde van de Nederlands Hervormde Kerk aan de Fulton Street. Deze uitnodigingen werden ruim verspreid in hotels, fabrieken en kantoren, alsook in privé herenhuizen in de buurt.

Op de afgesproken tijd was Lanphier de enige aanwezige. De volgende dertig minuten kwam er niemand, maar vervolgens kwamen de mensen één voor één binnen, totdat er zes aanwezigen waren. Een week later bezochten twintig mensen de bijeenkomsten, en de week erna verdubbelde het aantal tot veertig, op welke bijeenkomst het voorstel werd gedaan om van de gebedsbijeenkomst een dagelijkse gebeurtenis te maken. Hierover werd men het eens en in de dagen die daarop volgenden, nam het bezoek gestaag toe.

Vanaf dit punt wordt het duidelijk dat de opwekking begonnen was doordat de Heilige Geest uitgegoten werd volgens de lijn van Zacharia 12: 10: Doch over het huis Davids en over de inwoners van Jeruzalem, zal ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden. De bijeenkomsten groeiden in aantal en werden gekarakteriseerd door een ongewone vurigheid in het gebed, diepe ootmoed, zelfvernedering en een groot verlangen dat God Zichzelf zou verheerlijken door Zijn Geest op hen uit te storten.31 Op 14 oktober werd gemeld dat meer dan honderd personen de gebedsbijeenkomst rond het middaguur bezochten. Dit aantal omvatte velen die geen gelovigen waren, maar onder overtuiging van zonden leefden en zoekend waren naar Christus en de weg van de zaligheid.

Wat hierop volgde, leek veel op de wateren die door Ezechiël beschreven worden, een geleidelijk toenemen, eerst tot de enkels, dan tot de heup en tenslotte zo hoog dat erin gezwommen moet worden (Ezechiël 47). Allerlei mensen begonnen de bijeenkomsten te bezoeken: hoger opgeleiden, handelaars, klerken, slagers, bakkers, arbeiders en mensen van allerlei achtergrond. In het begin waren de bezoekers mannen, maar langzamerhand kwamen ook vrouwen op bezoek. Half januari waren de aantallen zo toegenomen dat de drie catechisatieruimten uitpuilden en verschillende mannen de bijeenkomst in de afzonderlijke ruimten leidden. Het programma was flexibel. Liederen werden gezonden en Schriftgedeelten werden gelezen. Gebeden moesten kort zijn om de deelname eraan mogelijk te maken. De zorg voor het gebed verspreidde zich naar andere plaatsen in de stad. In de lente waren er tenminste twintig verschillende locaties in New York waar gebedsbijeenkomsten plaatsvonden.32

Het was duidelijk dat de Heilige Geest uitgestort werd, Die het verlangen naar gebed meedeelde en tegelijk zondaren wakker schudde voor hun verloren toestand. De geest van opwekking verspreidde zich als de bliksem naar steden in de Noordelijke Staten.33 Eén van de eerste steden die beïnvloed werden was Philadelphia. In november 1857 werd daar een gebedsbijeenkomst gestart, maar deze was in het begin klein en het bezoek overschreed de zesendertig niet. Maar in februari 1858 werd de plaats van samenkomst verplaatst en geleidelijk nam het aantal bezoekers toe tot 3.000 per dag in Jayne's Hall. Andere bijeenkomsten werden gestart in verschillende delen van de stad. Aan het eind van het jaar schatte men het aantal dat bekeerd was op 10.000. In Chicago bezochten 2.000 of meer dagelijks het Metropolitan Theatre voor de gebedssamenkomst. Gebedssamenkomsten vermenigvuldigden zich ook in de stad Boston.

Niet alleen de grote steden voelden de kloppingen van deze machtige opwekking, er was nauwelijks een stad of dorp in de Noordelijke Staten die niet bezocht werd met regens van verfrissende genade. De aanwezigheid van God leek het land te doordringen. Het gemoed van mensen werd wonderlijk bewogen en harten werden zacht gemaakt. Mensen van buiten de kerken werden getrokken om diep betrokken te raken. Gezegd werd dat er wel steden waren in Nieuw Engeland waar nauwelijks nog een onbekeerd mens te vinden was.34

Het volgende jaar kwam er een grote opwekking, die in veel opzichten leek op die in Amerika, in delen van Groot Brittannië.   De Banner of Truth publiceerde recent een aangrijpend verslag van de opwekking in Wales in 1859.35 Edwin Orr beschrijft in zijn boek The Light of the Nations hoe deze opwekking zich verspreidde over vele andere landen.36  Deze opwekking in Amerika werd vanaf het begin gekarakteriseerd door gebedsbijeenkomsten rond het middaguur, maar beperkte zich daar zeker niet toe. Natuurlijk was er ook de gewone prediking. Extra preekdiensten werden georganiseerd wanneer daar behoefte aan was.

De enige bevredigende manier om de aard en omvang van opwekkingen vast te stellen is ooggetuigeverslagen te lezen die in die tijd gepubliceerd werden. Het Presbyterian Magazine (Verenigde Staten, nr. 8, 1858) beschrijft de omvang van de opwekking als volgt: Een opmerkelijk kenmerk van de huidige godsdienstige beweging is de grote omvang van het werk. Deze is niet beperkt tot een enkel deel van het land, ook niet tot één enkel Christelijk kerkgenootschap, maar zij strekt zich, met enkele uitzonderingen, tot alle kerkgenootschappen uit. Van de Atlantische tot de Stille Oceaan is er niet één staat of gebied waar de genadige voetstappen van Jehova niet meer of minder zichtbaar geworden zijn. Als er één groot centrum aangemerkt kan worden als het stralende punt van waaruit deze machtige beweging voortgeschreden is, dan is dat de voornaamste handelsmetropool van de Verenigde Staten, de stad New York. Maar als een aanwijzing van de invloed van de Heilige Geest begon dit werk bijna gelijktijdig op verschillende plaatsen.

Deze getuige gaat verder met erop te wijzen dat de aard van het werk meer leek op regen die gelijkmatig over het land valt, dan als irrigatie waardoor het water vanuit één bron via kanalen verspreid wordt. Hij vervolgt: Alle evangelische kerken hebben zich gezamenlijk verheugd in dit genadige bezoek, dat als regens uit de hemel rechtstreeks van de troon van God kwam. Hij merkt ook op dat zowel Joden als heidenen geraakt werden. In een plaats met de naam Rockaway werden vissers in grote aantallen bekeerd. Indianen werden erin betrokken alsook studenten van de universiteiten, ja letterlijk elk segment van de samenleving.

John L. Girardeau uit South Carolina typeerde de opwekking als de grootste gebeurtenis in zijn leven. Girardeau's leven is beschreven in een geweldig goed boek van de hand van Douglas Kelly, in 1992 gepubliceerd door de Banner of Truth.37De opwekking in de late vijftiger jaren van de 19de eeuw, begon met een gebedsbijeenkomst die voortdurend groeide, totdat het huis vol was. Sommige ambtsdragers van de kerk wilden dat Girardeau zou beginnen met preken, maar hij weigerde standvastig, terwijl hij wachtte op de uitstorting van de Geest. Zijn visie was dat de Vader aan Jezus, als Koning en Hoofd van de kerk, de gave van de Heilige Geest gegeven had, en dat Jezus in Zijn soevereine besturing van de zaken van Zijn kerk Zijn Geest verleent aan datgene wat Hem behaagt en in welke mate het Hem behaagt. Dag in dag uit richtte hij daarom aanhoudend zijn gebed rechtstreeks aan de Middelaarstroon, om de machtige opwekkende kracht van de Heilige Geest te mogen ontvangen.

Op een avond, terwijl hij het volk voorging in gebed, ontving hij een gevoel alsof een elektrische flits zijn hoofd raakte en zich door heel zijn lichaam verspreidde. Een ogenblik stond hij sprakeloos onder dat vreemde lichamelijke gevoel. Toen sprak hij: ‘De Heilige Geest is gekomen, morgenavond zullen we beginnen met preken'. Hij sloot de dienst met een lied, ontbond de samengekomen gemeente en daalde af van de preekstoel. Maar niemand verliet het huis. De hele gemeente had rustig weer haar plaats ingenomen. Plotseling drong de situatie tot hem door. De Heilige Geest was niet alleen tot hem gekomen - Hij had ook bezit genomen van de harten van het volk. Onmiddellijk begon hij hen aan te sporen het Evangelie te aanvaarden. Ze begonnen zacht te snikken, als het vallen van de regen, daarna, met diepere aandoening, bitter te huilen of zich luid te verheugen, al naar gelang hun toestand. Het was middernacht voordat hij de gemeente naar huis kon sturen. Een bekende evangelist uit het noorden, die ook aanwezig was, zei tussen zijn snikken door tegen een ambtsdrager van de kerk: ‘Zoiets als dit heb ik nog nooit gezien!' De bijeenkomst ging gedurende acht weken ‘s avonds en overdag door. Grote aantallen, zowel zwarten als blanken, werden bekeerd en voegden zich bij de diverse kerken in de stad. Girardeau's kerk werd op een wonderlijke manier gebouwd, niet alleen in aantallen, maar ook in een ervaring die de kerk bijbleef. Hij was gewoon om te zeggen dat hij altijd kon rekenen op degenen die in die bijeenkomst bekeerd waren. Dit was waarschijnlijk te danken aan het diepe werk van overtuiging van zonde, de langdurige periode van overtuiging, het heldere besef van vergeving en het vreugdevolle getuigenis dat de Geest gaf van hun aanneming.

Zijn preken gedurende de bijeenkomsten waren erg onderwijzend, zoals blijkt uit zijn aantekeningen. Hij behandelde de grote leerstukken van zonde, wedergeboorte, geloof, rechtvaardiging, bekering en andere onderwerpen. Niemand van degenen die deze bijeenkomsten meemaakten, vergat ooit de prachtige prediking. In deze periode deden zich in praktisch het hele land opwekkingen voor en grote aantallen jonge mensen werden tot de kerk gebracht. Dr. Girardeau wees hier vaak op als een bewijs van Gods barmhartigheid in het verzamelen van Zijn uitverkorenen, want de grote oorlog zou spoedig velen van hen in de eeuwigheid sleuren.38

Nu we één periode van opwekking meer in het bijzonder onderzocht hebben, zullen we afsluiten met praktische overwegingen.

Hindernissen voor opwekking

Een belangrijke reden waarom het gebed voor opwekking niet gedaan wordt op de wijze die gebruikelijk was, is het feit dat evangelische kerken vandaag de dag doortrokken zijn van een Arminiaanse mentaliteit en slaaf zijn van een Arminiaanse methode van evangelieprediking die in haar diepste wezen tegengesteld is aan opwekking. Het Arminianisme schuift de soevereine genade van God opzij en maakt de zaligheid tot het werk van de mens. Wanneer de Heere onttroond wordt juist op zo'n centraal punt als de verlossing, dan duurt het niet lang meer of Hij wordt ook op andere punten onttroond. Overal waar het Arminianisme het heft in handen neemt, duurt het niet lang of het ongeloof gaat regeren in de kerk en de seminaries worden bezet door liberalen, en dat is precies de weg waarlangs preekstoelen ook bezet worden met liberalen. We moeten het ons niet zo voorstellen dat wanneer de kerk gezuiverd wordt van Arminianisme, de tijden van opwekking automatisch zullen terugkeren. Wij kunnen niets veronderstellen. De God van opwekking moet gezocht worden op de manier waartoe de Schriften ons aansporen.

Een volgende complicerende factor met betrekking tot opwekking is de opkomst van de Pinksterbeweging in deze eeuw. De Pinksterbeweging is een 20ste-eeuwse ontwikkeling. Kerkgenootschappen van de Pinksterbeweging zijn in omvang toegenomen, net zoals dat gebeurde met de Methodisten gedurende de tweede en derde grote opwekking. Het spreken in tongen, profetieën en genezingen waren geen kenmerken van opwekkingen die vooraf gingen aan de twintigste eeuw. In de 19e eeuw zocht Edward Irving naar bovennatuurlijke giften, maar dat leidde niet tot opwekking en de beweging die hij inspireerde is bijna uitgestorven in Groot Brittannië. Tegenwoordig wordt een belangrijk deel van de evangelischen bekoord door de gedachte dat een herontdekking van bovennatuurlijke giften de weg is tot opwekking. Er is een gezamenlijke poging gedaan om een huwelijk tot stand te brengen tussen niet-charismatische en charismatische evangelischen, een huwelijk dat het einde zou inluiden van de onderscheiden niet-charismatische positie van de evangelicale kerk.

Verbonden aan de Pinksterbeweging is de meer recente charismatische beweging die sinds de jaren '70 de meeste kerkgenootschappen binnengedrongen is. De charismatische accenten verschillen van elkaar. Soms ligt de nadruk op profetieën en tongentaal, soms op genezingen. Voor zover het opwekking aangaat, zorgen deze accenten voor verwarring, omdat opwekking op geen enkele wijze afhankelijk is van de ontdekking van een nieuwe bovennatuurlijke orde. De geest van opwekking is juist haar niet-afhankelijk zijn van welk systeem dan ook. Opwekking kan ertoe leiden en leidt vaak tot buitengewone daden, maar deze zijn secundair ten opzichte van het grote, primaire werk waarin de Heilige Geest berouw en zaligmakend geloof geeft door Zijn alles overtreffende werk van wedergeboorte.

Vooringenomenheid met profetieën, genezingen en tongen is een ontsporing. Op sommige plaatsen waar de charismatische beweging liberale kerken binnengedrongen is, heeft dat geleid tot evangelische vernieuwing. Op andere plaatsen leidde ze echter vanwege haar op ervaringen en gevoelens gebaseerde imago tot een anti-theologische mentaliteit en droeg ze eraan bij om het evangelicalisme oppervlakkig te maken. De charismatische beweging heeft veel herders en leiders afgeleid van de centrale taak van noeste arbeid in gebed en de Schriften.

De heerlijkheid van Jezus als de God-mens is het hart van elke echte opwekking, niet de wonderen die wel of niet gepaard kunnen gaan met tijden van geestelijke kracht. Zulke verschijnselen vormen het cadeaupapier, niet het geschenk. De charismatische beweging verdeelt met haar buitensporige aanspraken de zaak van het Evangelie. De oecumenische beweging en de charismatische beweging zijn de twee zaken die het meest tot onenigheid leiden, waarmee evangelicalen vandaag de dag geconfronteerd worden. Hoe kunnen wij ons identificeren met datgene waarvan wij geloven dat het vals is en ver verwijderd van het verschijnsel van wonderen in het Nieuwe Testament? De charismatische beweging heeft de zaak van echte opwekking ernstig vertraagd, omdat diegenen die haar omhelzen reeds de agenda bepaald hebben. Men kan echter de agenda van de Heere niet bepalen. Dit is een moeilijk punt dat opgemerkt moet worden, wanneer we bidden om opwekking.

Gevaren die vermeden moeten worden

Ik vestig de aandacht op twee gevaren:

Het eerste is dat we er niet in slagen om gebed te verenigen met praktische inspanning om te evangeliseren. Wij moeten nooit toestaan dat gebed een excuus wordt voor nietsdoen. Wij moeten niet in de strik vallen van Och, wij kunnen niets doen vóórdat er een opwekking komt. Wij zijn altijd onder marsorder. De grote opdracht om de wereld te bereiken is dag en nacht van toepassing.

Het tweede gevaar is dat wij een poging doen tot gezamenlijk gebed, maar het opgeven wanneer we merken dat er onverschilligheid is of een zeer lauwe belangstelling. Volharding is vereist. We kunnen te gemakkelijk opgeven, wanneer we geen beweging zien en geen antwoord op onze gebeden. Onze oprechtheid zal beproefd worden. Geloven wij werkelijk in de beloften van de Schrift? Beoefenen wij dat geloof, dat echt gelooft en volhardt?

Hoe moet een gezamenlijk gebed georganiseerd worden?

Ontvankelijkheid is van belang. Als er iets bereikt zal worden, dan is dat alleen door het komen van de Heilige Geest. Gebed is niet opzichtig, maar juist onopzichtig (Mattheüs 6: 1-8). We moeten vermijden om te adverteren met bekende namen als deelnemers. Toch is enige organisatie noodzakelijk. Is het mogelijk om de leiders van uw plaatselijke kerk te interesseren? Als ze er sympathiek tegenover staan, dan kan de noodzaak om te bidden voor opwekking getoond worden aan de hand van zorgvuldig voorbereide beschrijvingen van bestaande situaties. Vaak zijn gebedssamenkomsten mat of slaperig eenvoudigweg omdat de aanwezigen niet bewogen worden door het onder ogen zien van de grimmige werkelijkheid in onze wereld. De manier waarop de kerk de hand uitsteekt in de evangelieprediking moet voortdurend herzien worden. Er moet een dringende smeekbede gedaan worden voor geestelijke opwekking en in het bijzonder voor een vruchtbare bediening van de prediking. Als toevoeging op de behoeften van de lokale kerk zou er echter voortdurend een actieve blik op de wereld moeten zijn. In sommige kerken is er wekelijks vijf minuten aandacht voor de feitelijke situatie in verschillende gebieden en landen in de wereld, om tot specifiek gebed daarvoor aan te moedigen. In oktober 1993 is er een nieuwe editie van Operation World verschenen, geschreven door Patrick Johnstone.39 Dit boek is een prachtige bundeling van informatie over alle landen en is speciaal opgezet om aan te moedigen tot gebed. Aanbevolen is ook David Bryant's boek, Concerts of Prayer, dat veel praktische suggesties bevat.40

Een volgende stap voorwaarts is het organiseren van een gebedsbijeenkomst samen met andere gelijkgezinde christenen om speciaal te bidden voor zendingsvelden en voor opwekking. Daarbij moet de welwillendheid van de ambtsdragers uit uw kerk geworven worden, waarbij u hen verzekert van uw trouwe steun in het gebed. In verschillende gebieden zijn er voorgangers bij wie de zaak van opwekking op het hart gebonden is, die eens per maand of per twee maanden ‘s ochtends een uur bij elkaar komen. Sommigen maken van deze dag een vastendag, waarbij ze gedurende de dag extra tijd vrij maken voor speciaal gebed. Dergelijke bijeenkomsten hoeven niet beperkt te blijven tot predikanten, maar kunnen opengesteld worden voor allen die maar deel willen nemen en met dezelfde zorg bezet zijn.

De ideale manier is dat kerken één of tweemaal per jaar samenkomen. Zulke verenigde ontmoetingen dienen goed geleid te worden door middel van informatie en oproepen. Korte, treffende beschrijvingen van opwekkingen uit het verleden helpen voor het opwekken tot geloof en gebed. Zo'n bijeenkomst zou plaats kunnen vinden op een zaterdagochtend en beëindigd kunnen worden met een prediking in de open lucht wanneer daar een geschikte locatie voor beschikbaar is.

Een persoonlijke uitdaging

Ik heb het idee van een gezamenlijk gebed beschreven, een schets gegeven van de geschiedenis van opwekkingen en meer in detail de gebedsopwekking beschreven van 1857 en daarna. Wat is uw antwoord hierop? Gelooft u in opwekking? Bent u overtuigd? Het kan zijn dat u in opwekking gelooft als een theorie, maar bent u bereid om actie te ondernemen? Bent u bereid om anderen aan te moedigen om samen met u te bidden? Als u predikant bent, bent u bereid om over dit onderwerp te preken en het in uw kerk en andere kerken naar voren te brengen? Bent u bereid om u te voegen bij andere gelijkgezinden en, bijvoorbeeld, eens per maand of drie of vier keer per jaar samen te komen om na te denken over de beloften van de Schrift, de zegeningen van voorbije opwekkingen, de urgente noden van onze moderne wereld die gezonken is in een moeras van zonden, en het vooruitzicht van een verhoord gebed? Kortom, gelooft u in het actiepunt dat het gezamenlijk gebed een genademiddel is waarin voor de kerk voorzien is en waardoor de overwinning van Christus tot deze wereld kan komen in de vorm van machtige en wijdverbreide geestelijke opwekkingen?

Het is waar dat opwekking het absolute voorrecht is van een soevereine God. Toch worden op ondoorgrondelijke wijze Zijn bedoelingen verenigd met de gebeden van Zijn volk. Wij moeten aangewakkerd worden voor onze verantwoordelijkheid in deze zaak. Wat mij betreft is opwekking reeds lang over tijd. De kerk kwijnt weg. De mensen vergaan voor eeuwig in de hel bij menigten. Laat ons elkaar aanmoedigen in het gebed.

Wij leven in een mondiaal tijdperk. De informatie over wat er in onze wereld gaande is, is gedetailleerd en gratis te verkrijgen. Kennis stelt ons in staat om met verstand te bidden. Laat ons persoonlijk en in groepen voorbede doen opdat de Heere een opwekking zal zenden van ongekende kracht, zodat deze aardbol vervuld zal worden met een kennis van Zijn heerlijkheid, zoals de wateren de bodem van de zee bedekken. Er zijn beloften in de Schrift die noodzaken tot de meest dringende voorbede.

Waarom houdt U stil u voor de overwinning?
Waarom vertragen de wielen van uw strijdwagen?
Verhef Uzelf en schud het koninkrijk der hel,
Arm des Heeren, ontwaak, ontwaak!

Schrijver: ds. Erroll Hulse
Met toestemming overgenomen uit het Reformation and Revival Journal
vertaling van drs. E.J. Brouwer
© 2001 George Whitefield Stichting.


_________________________________________________________________
 
1.    Opmerking van de vertaler: een letterlijke vertaling van "revivalism" is niet te geven.
2.    Iain H. Murray, Revival and Revivalism: The Making and Marring of American Evangelicalism, 1750 to 1858, [Edinburgh, Banner of Truth, 1994]
3.    Hendrik Krabbendam zette deze opvatting uiteen in 1990 op de jaarlijkse Varey Conference voor ambtsdragers in Ripon te Engeland.
4 .    George Blackburn (ed), The Life and Work of John L. Girardeau, [Columbia, South Carolina, 1916]
5.    Noot van de vertaler: waar de Nederlandse vertaling van dit artikel spreekt over "gezamenlijk gebed"spreekt de originele tekstvan een "concert of prayer". Het Engelse woord "concert" betekent zowel "concert" als "gezamenlijk". Deze in het Engels heel beeldende uitdrukking leent zich inderdaad heel goed om het gezamenlijk gebed te vergelijken met een harmonieus spelend orkest. Aangezien in het Nederlands moeilijk een beeldend equivalent te vinden was, is gekozen voor een wat zakelijker vertaling.
6.    Eroll Hulse, Give Him No Rest, [Evangelical Press, 1991]
7.    Ik heb deze alinea geciteerd uit R.E. Davies, I Will Pour Out My Spirit: A History and Theology of Evangelical Awakenings, [Monarch, 1992] Davies schrijft wetenschappelijk en bewijst zijn stelling zorgvuldig vanuit originele bronnen.
8.    Noot van de vertaler: het is niet geheel duidelijek welke Engelse bijbelvertaling de auteur hier heeft gebruikt.
9.    Alec Motyer, The Prophecy of Isaiah, [Leicester, InterVarsity Press, 1993].
10.    Edwin Orr, The Flaming Tongue, [Chicago, Moody Press, 1973], p.6. Orr schrijft: "De logica van het woord suggereert dat "opwekking" nieuw leven betekent voor de gemeenschap van christelijke gelovigen en dat ze de interesse in het christelijk geloof in de gemeenschap van ongelovigen wakker maakt".
11.     Brian Edwards, Revival! - A people Saturated with God, [Evangelical Press, 1990], pp. 271 en verder.
12.    J. Edwin Orr, ibidem, p.4.
13.    G.K. Kryuchkov, Twenty Years Along the Path of Revival, gepubliceerd door Friedensstimme, P.O. Box 11, Beeston, Nottingham, NG9 1EG.
14.    James en Marti Hefley, By their Blood: Christian Martyrs of the Twentieth Century, [Grand Rapids, Baker Book House, 1979], herdrukt in 1988.
15.    J.I.Packer, Among God's Giants: The Puritan Vision of the Puritan Life, [Eastbourne, Kingsway, 1991]
16.     Bennet Tyler, New England Revivals; Joshua Bradley, Revivals in the USA; Martin Moorde, Revival in Boston in 1842; alle gepubliceerd door Richard Owen Roberts, Wheaton, Illinois.
17.    J. Edwin Orr, The Light of the Nations [Paternoster Press, 1965]. p.165 en verder.
18.    J. Edwin Orr, The Flaming Tongue, p.189 en verder.
19.    ibidem, p.190.
20.    ibidem.
21.     ididem, pp. 131-152.
22.    ibidem, p. 140 en verder.
23.    Patrick Johnstone, Operation World, WEC, 1986, pp.269 ev.
24.    J. Edwin Orr, ibidem, p.176.
25.    Omri Jenkins, Five Minutes to Midnight, [Evangelical Press, 1989]
26.    Patrick Jonhstone, ibidem, p.225.
27.    Erroll Hulse, The Great Invitation, [Evangelical Press, 1986]
28.    John Blanchard, referaat gehouden op de Carey Conference, Swanwick, 1991. In dit referaat is alles zorgvuldig gedocumenteerd.
29.    Erenst Reisinger, Today's Evengalism, [Phillipsburg, New Jersey, Craig Press, 1982]
30.    J.F. Thornbury, God sent Revival, [Evangelical Press, 1977].hoofdstuk 33.
31.    Samuel Prime, The Power of Prayer: The New York Revival of 1858, voor het eerste gepubliceerd in 1859; [Edinburgh, Banner of Truth, 1991], 265 blz
32.    Frank G. Beardsley, History of American Revivals, 1904, pp. 222 ev.
33.    ibidem, p.223.
34.    ibidem,, p.227
35.    Thomas Phlips, The Welsh Revival, 147 blz, 1860, opnieuw gepubliceerd door de Banner of Truth, 1989.
36.    J. Edwin Orr, The Light of the Nations, [Paternoster Press, 1965].
37.    Douglas Kelly, Preachers With Poiwer: Four Stalwarts of the South, 192 blz, [Edinburgh, Banner of Truth, 1992]
38.    George A. Blackburg (ed), The Life and Work of John L. Girardeau, [Columbia, Soutn Carolina, 1916]
39.    Patrick Johnstone, Operation World, STL.
40.    David Bryant, Concerts of Prayer, [Regal Books, 1985]