2 Kronieken 16:9 "Want de ogen van de HEERE trekken over de hele aarde, om Zich sterk te bewijzen aan hen van wie het hart volkomen is met Hem."

Jesaja 40:10 "Zie, de Heere HEERE! Met kracht zal Hij komen, en Zijn arm zal heersen. Zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich, Zijn arbeidsloon gaat voor ...

Psalm 42:2-3 "Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God."

Psalm 65:3,6,8 "U hoort het gebed Met ontzagwekkende daden antwoordt U ons in gerechtigheid, o God van ons heil, Die het bruisen van de zeeën stilt, ...

Prev Next

De weg naar een opwekking




Ik vraag u om voor uzelf eens te lezen wat er in Samaria gebeurde (hoofdstuk 8); ook wat er in het huisgezin van Cornelius plaatsvond (hoofdstuk 15). We hebben deze geschiedenis al uitvoerig besproken. Er wordt niet gezegd dat er iets in het verborgen (in hun ziel) plaatsvond dat tot de wedergeboorte leidde. Dat gebeurde natuurlijk wel, maar bovendien "viel" de Heilige Geest en u herinnert zich wel hoe Petrus en degenen die met hem meegekomen waren, zagen dat er met deze heidenen precies hetzelfde was gebeurd als met de apostelen en anderen op de Pinksterdag.

Dit is het bewijs zoals we dat in Handelingen vinden - maar zie ook de geschiedenis van de kerk - en die maakt de zaak voor mij zo belangrijk. De loop van de geschiedenis van de kerk is ongeveer zo: ze ontstaat op de Pinksterdag, maar na een tijd schijnt ze veel van haar kracht verloren te hebben en gaat er vrijwel niets meer van haar uit; dan neemt ze weer in kracht toe. Hoe verklaren we dat?

Wel, de kerk is de wereld gelijkvormig geworden, ze is haar ware aard en positie vergeten; ze wordt in beslag genomen door Griekse filosofie en Romeins recht. Een man als Constantijn besloot uit politieke overwegingen het Rijk in de kerk te brengen, omdat dit hem in zekere opzichten voordelen opleverde - en de kerk werd een instituut. Wat gebeurt er dan? U zult zien dat er mensen zijn die zich bezorgd, verontrust en ongelukkig gaan voelen, en zeggen: "We hebben de doop van de Heilige Geest opnieuw nodig, we moeten Gods aangezicht zoeken." Ze doen al het mogelijke; ze bekeren zich en betonen gehoorzaamheid; ze proberen in het geloof verder te leven, in een leven van overgave aan de Geest en dat doen ze welgemeend. Maar er gebeurt niets. En toch gaan ze maar door en zijn bijna de wanhoop nabij. En dan gebeurt er plotseling iets, vaak als ze het helemaal niet meer verwachten. Wanneer ze op de rand van algehele vertwijfeling verkeren, valt de Heilige Geest opnieuw en onverwachts op een vergadering van mensen.

Het is in één woord heerlijk om te lezen wat er over deze gebeurtenissen vermeld staat. Soms hebben de schrijvers genoteerd dat ze werkelijk een geluid hoorden, alsof er opnieuw een geweldig, gedreven wind was. Niet altijd, maar steeds zijn ze zich bewust van iets dat aanwezig is en van een kracht; er is iets op hen gekomen, ze hebben iets ervaren en ze worden boven zichzelf en boven de tijd uitgetild. Ze weten nauwelijks waar ze zijn en er vindt iets bijzonders plaats. Ik heb het niet over het spreken in tongen, maar over vreugde en overgave en dat kan zo overweldigen dat mensen zelfs flauwvallen en buiten bewustzijn geraken, men gaat met grote kracht, vrijmoedigheid en gezag preken en dat noemt men een opwekking.

Dat heeft door de eeuwen heen in de kerk plaatsgevonden en met nadruk zeg ik dat dit altijd een daad van God is en niet van de mens. De mens heeft alles gedaan. Hij heeft zich overgegeven, maar er gebeurt niets. Hij kan gebedsavonden organiseren en elke avond bidden - toch gebeurt er niets. Maar dan gebeurt er plotseling iets, niemand begrijpt het en niemand kan het verklaren. Er is slechts één uitleg, het is opnieuw God; Hij is Degene Die de Heilige Geest op de jonge kerk uitstortte. Degene Die de Geest op het gebouw deed komen, zodat de muren bewogen. Het is God Die het toen deed, Die het opnieuw doet en dit door de eeuwen heen door is blijven doen.

Mijn beste vrienden, als u de kerkgeschiedenis leest kunt u slechts tot één conclusie komen: dit is Gods wijze van handelen geweest om de kerk in stand te houden. De christelijke kerk zou er al eeuwen geleden niet meer geweest zijn, ware het niet dat er opwekkingen zijn geweest. Dit is de juiste betekenis van het woord "opwekking". Het is God Die Zijn Geest uitstort op een vergaderde kerk of groep mensen; zelfs op veel kerken of landen tegelijk. Wat Hij aan het begin gedaan heeft, heeft Hij opnieuw gedaan. Wanneer het leven geweken is, heeft Hij weer nieuw leven ingeblazen; wanneer de kracht weg is, hernieuwt Hij deze. Dat is de geschiedenis van de christelijke kerk, vanaf de eerste eeuw tot aan vandaag.

Laat ik u hiervan enkele voorbeelden geven; in de tweede eeuw gebeurde er ongeveer dit. De kerk werd helemaal in beslag genomen door de Griekse filosofie en ze deed er alles aan om maar te laten zien dat ze helemaal geen bijzondere leer had, zodat de geloofsverdedigers die toen de scepter zwaaiden, zich door die opvatting lieten leiden. Het gevolg was dat er geen leven en kracht meer van haar uitging. Sommige mensen beseften dat en begonnen Gods aangezicht te zoeken en God antwoordde.

Ik heb het nu over wat Montanisme genoemd wordt. Ik weet dat er uitwassen waren en dat er op sommige punten fouten waren, maar in ieder geval was de kerk weer tot leven gekomen en had ze weer kracht. Een van de grootste intellectuelen en genieën uit de kerkgeschiedenis - Tertulianus - trad tot die beweging toe toen hij zag dat dit een nieuwtestamentische ervaring was die niet in de vormelijke, dode kerk plaatsvond.

Hiervan is nog een voorbeeld te vinden in Noord-Afrika, in de derde eeuw: de Donatisten Beweging, die in opstand kwam tegen de vormelijkheid die de kerk binnengekomen was toen Constantijn en het Romeinse Rijk tot het christelijk geloof overgegaan waren. Natuurlijk moest men daar niets van hebben. De kerk hekelt altijd elke opwekking. Zowel de Montanisten als de Donatisten werden door de kerk veroordeeld, zoals de Methodisten tweehonderd jaar geleden, en zo worden ook mensen die met de Geest vervuld zijn bijna altijd veroordeeld door een dode kerk waar alles er vormelijk aan toegaat. Ook in de Middeleeuwen komen we dat onder verschillende mensen tegen - God bezoekt en zegent hen. In de Middeleeuwen waren er opwekkingen in het zuiden van Frankrijk, onder de kerk van de Waldenzen (in Noord-Italië), in de Broeders des Gemenen Levens in Duitsland en delen van Holland; dit speelde allemaal vóór de Reformatie. En ook de Reformatie zelf was ongetwijfeld een opwekking. Iemand als Hugh Latimer, die gewoonlijk in St. Paul's Cross preekte, was duidelijk vervuld met de Geest en preekte op apostolische wijze; zo waren er nog meer. Ook in de zeventiende eeuw waren er opmerkelijke bewegingen, we denken dan aan plaatselijke opwekkingen in Noord-Ierland en in delen van Schotland.

Ik heb u al herinnerd aan die geweldige gebeurtenis te Kirk-o'Shotts, toen John Livingstone preekte en juist die ene preek hield die tot veler bekering leidde. De Geest kwam op hen neer; een herhaling van Pinksteren. Natuurlijk weet iedereen dat er in de achttiende eeuw in de Verenigde Staten en in Northampton, in ons land een opwekking plaatsvond onder de bediening van Jonathan Edwards, een hoogstaande, geniale man. Lees het verslag dat hij erover schreef. Dan weet u wat een opwekking is. De Geest komt dan neer, de mens heeft dit niet in handen en niet hij beslist om zich over te geven en te gehoorzamen; nee! absoluut niet. Dat hebben mensen wel gedaan en toch gebeurde er niets. Maar dan doet God iets: God zendt Zijn Geest en bezoekt hen. Dat is een opwekking. Ditzelfde gebeurde ook in het land onder de bediening van Whitefield en de Wesleys, en in Wales onder Daniel Rowland en Howell Harris. In al die gevallen moet u goed op het niet voorbereide karakter letten, hoe onverwachts het gebeurde - wanneer niemand het verwachtte. Daniel Rowland, bijvoorbeeld, verkeerde al maanden in moeilijkheden. Uiteindelijk mocht hij de Waarheid geloven. Hij was jaren predikant geweest zonder dat hij Die geloofde, maar toen werd het anders en probeerde hij de rechtvaardigmaking door het geloof te preken; toen voelde hij nog niets. Maar op een zondagmorgen las hij in zijn kerkje, tijdens een avondmaalsbediening, de betreffende liturgie, tot hij bij de woorden over "Christus' dierbaar bloed" kwam. Terwijl hij die woorden las, viel de Heilige Geest op hem en op de gemeente. Hij weende, hij stortte in en er ontstond een opwekking. Kijk ook eens naar de vorige eeuw, de negentiende eeuw. Heeft u ooit gelezen over de grote opwekking in de Verenigde Staten, in 1857 (die doorging tot 1859)? Over de bidstond, die maar door weinig mensen bezocht werd, en waarmee een man in de Fulton Street, in New York City, begon en hoe er maanden lang gebeden werd zonder dat er iets gebeurde? De mensen gaven zich helemaal over - toch gebeurde er niets. Maar toen gebeurde er wel wat: Bij God van-daan! Het is altijd God Die het doet. De Geest wordt altijd "uitgegoten", altijd "uitgestort". Hij "valt" altijd op mensen. En dan is er de grootste opwekking in de geschiedenis van de christelijke kerk. Die beperkte zich niet tot één plaats - ze begon in Ulster in 1858, in Wales in 1859, en vervolgens in het hele land. Een verbazingwekkende, geweldige zaak.

U kunt deze verslagen zelf lezen. U vindt ze niet in boeken die in de twintigste eeuw over de Heilige Geest zijn geschreven, maar wel in die van de negentiende en achttiende eeuw; daarin zult u ze aantreffen. Koop een boek, zoals dat van Spurgeon, over opwekkingsgeschiedenissen.

In 1904 en 1905 gebeurde hetzelfde in Wales; in 1906 in Korea; en nog recenter, in de vijftiger jaren in de Congo. Er zijn verschillende opwekkingen geweest op het eiland Lewis; niet alleen de opwekking in verband met de predikant Duncan Campbell, maar eerder. Dat is de geschiedenis van de christelijke kerk, de eeuwen door. Ik wil hiermee alleen maar aantonen dat dit een herhaling van Pinksteren is. De kerk wacht: God Die Zijn Geest op de kerk doet neerdalen.

U begrijpt nu wel hoe belangrijk het leerstuk van de doop met de Heilige Geest is. Het is enkel deze waarheid die ons enige hoop geeft in deze tijd. Dit moeten we leren. Wat moet de kerk doen? Wel, ze moet zich blijven overgeven en ze moet blijven gehoorzamen; dat is haar opdracht. Maar o, als we het daarbij zouden moeten laten, zou ik wanhopig worden; ik zou geen hoop hebben. Ik ken mensen (predikanten) die dit al twintig jaar en langer leren en hun kerkgangers proberen te overtuigen dat te doen. Ze hebben gehoorzaamd, ze hebben een offer gebracht, ze hebben zich overgegeven, ze hebben elke morgen om zeven uur speciale bidstonden gehouden; dat gaat nu al jaren zo en toch is er tot dusver niets gebeurd. U ziet wel, als het allemaal van ons afhing, wat kunnen we dan verwachten?

Maar de boodschap van Pinksteren is dat wat God gedaan heeft, Hij nog steeds kan doen. Dit is iets wat God de eeuwen door herhaald heeft, maar de kerk moet eerst haar zwakheid, haar krachteloosheid beseffen, leren dat de kracht altijd van God komt en niet van de mens.

Er is niets zo ongelukkig als wanneer een mens op zijn eigen kunnen vertrouwt, om een oplossing te zoeken voor de toestand waarin de kerk verkeert. De eerste stap is ervan doordrongen te zijn dat als de mens alles heeft gedaan, hij in zekere zin niets heeft gedaan. Hij kan het middel zijn tot bekering van een aantal mensen; daar mogen we God voor danken en dat gebeurt nog, elke zondag.

Maar vandaag is de nood veel groter. Wat we vandaag nodig hebben is een bevestiging van God, van het bovennatuurlijke, van het geestelijke, van het eeuwige, en dat kan alleen als God in Zijn genade onze roep beantwoordt en Zijn Geest op ons opnieuw uitstort; ons vervult zoals Hij de jonge kerk bleef vervullen. Op de Pinksterdag zien we mensen die vervuld werden en enkele dagen later bewoog het gebouw en werd het opnieuw vervuld. In opwekkingstijden is God de kerk blijven vervullen. Dat is het meest dringend nodig en dat is onze enige hoop.

Maar u moet wel geloven dat dit ook mogelijk is! Als uw leerstuk van de Heilige Geest geen enkele ruimte laat voor een opwekking, kunt u dit soort zaken ook niet verwachten. Als u zegt dat de doop met de Geest op Pinksteren een eenmalige gebeurtenis was en dat die wedergeboren zijn daar alleen deelgenoot van worden gemaakt, is er geen ruimte voor dat onbevooroordeeld komen, voor deze herhaling, voor de Heilige Geest Die met kracht en gezag op de kerk "valt".

Maar Gode zij dank is er wel ruimte voor! De Schrift en de lange geschiedenis van de christelijke kerk laten dit duidelijk zien. U en ik worden niet alleen geroepen om te geloven, maar om hier zonder ophouden om te bidden; om Hem te vragen de vensters van de hemel te openen en de Geest neer te zenden, om Hem op ons uit te gieten, zodat Hij met geweldige kracht op ons mag vallen.

Dat geeft ons werkelijk bemoediging. Ik heb u verteld, dat er in de Fulton Street in New York slechts één man begon te bidden, er kwamen er twee of drie bijeen en vervolgens kwamen er steeds meer, totdat ze naar een groter gebouw moesten verhuizen. Men bad maanden lang en God hoorde. In Noord-Ierland vond het volgende plaats: er was een heel eenvoudig arbeider, James McQuilkin geheten. Hij begon alleen te bidden. Vervolgens overreedde hij een vriend om mee te bidden, toen waren ze nog maar met z'n tweeën. Maanden lang baden ze in een schoollokaaltje. Maar toen begonnen anderen ook te bidden en tenslotte hoorde en antwoordde God; zo is het altijd geweest. Er gaat altijd een periode aan vooraf waarin slechts één of twee personen, of een groep mensen die de waarheid van dit leerstuk besef-fen, zich tot God gekeerd hebben en dringend en zonder ophouden zijn gaan smeken en bidden; dan zendt God onverwachts - en dat kan in een gebeds-samenkomst of onder een preek zijn - Zijn Geest.

Soms komt Hij opnieuw, als een geweldig gedreven wind, zoals we dat in de geschiedenis van Andrew Murray, in Zuid-Afrika, lezen. Het geluid is er niet altijd, maar steeds beseft men iets van de heerlijkheid en de verheven majesteit van God; men voelt iets van de kracht, van de zekerheid van de verlossing. Het leidt altijd tot grote vreugde, het geeft altijd vrijmoedigheid in het getuigen, hetzij vanaf de kansel of persoonlijk. Het is een kracht die overtuigt en tot bekering leidt en die de gelovigen altijd doet ontwaken. Een mens kan alleen maar een opwekking beleven wanneer er leven in hem is. Het betekent een opnieuw tot leven brengen. De kerk heeft haar kracht verloren en een opwekking geeft haar opnieuw kracht. Hij gaf de kracht aan het begin. Hij doet dat steeds weer opnieuw. Dat is opwekking en God - ik herhaal het - heeft Zijn kerk door de eeuwen heen in stand gehouden, door deze opwekkingen steeds te geven.

Ik ben begonnen met te zeggen dat er volgens mij niets zo dringend nodig is als dit. Gelooft u in een opwekking, mijn beste vriend? Gelooft u in een op-wekking? Waarop stelt u uw vertrouwen, vertrouwt u op de kracht van de kerk als organisatie? Of ver-trouwt u op Gods kracht om opnieuw Zijn Geest op ons uit te gieten, om ons te verlevendigen, om ons opnieuw met Zijn zo zeer gezegende Geest te dopen? De kerk heeft opnieuw een Pinksterdag nodig. Elke opwekking is een herhaling van Pinksteren en de christelijke kerk van deze tijd heeft hieraan het meest dringend behoefte. O, moge God de ogen van ons verstand openen, opdat we deze belangrijke zaak ver-staan, dat we het van Hem verwachten en onze hoop op Hem vestigen totdat Hij in Zijn oneindige genade en barmhartigheid, vanuit de hoogte, de kracht van de Heilige Geest opnieuw op ons neerzendt.

Schrijver: D.M. Lloyd Jones
Tekst overgenomen met toestemming van de uitgever.
© 1995 George Whitefield Stichting.